FAQ artsen

De wijzigingen zijn geel gemarkeerd - 01/06/2013

Vragen gemeenschappelijk voor huisarts en arts-specialist

  1. Wanneer treden de zorgtrajecten in werking ?
  2. Wie start een zorgtraject? De huisarts, de specialist of kunnen ze allebei een zorgtraject opstarten?
  3. Waar vind ik de standaardcontracten ?
  4. Hoe krijg ik als arts het forfaitaire honorarium van 80 euro betaald en wanneer ?
  5. Wanneer begint een zorgtraject?
  6. Kan mijn patiënt van huisarts of specialist veranderen als hij dat wenst?
  7. Met het forfaitaire honorarium dat ik gekregen heb als mijn patiënt verandert van huisarts?
  8. Waartoe verbind ik me als ik een zorgtraject afsluit?
  9. Kan ik als arts een einde maken aan een zorgtraject?
  10. Welk honorarium moet mijn patiënt betalen binnen een geldig zorgtraject ?
  11. Hoe lang geldt het remgeldvoordeel voor mijn patiënt ?
  12. Kan een patiënt de voordelen van zijn zorgtraject (o.a. remgeldvoordeel) verliezen?
  13. Verliest een patiënt, die aanvankelijk niet onder de exclusiecriteria viel maar die daar in de loop van zijn zorgtraject alsnog onder valt, de voordelen van zijn zorgtraject ?
  14. Komt een patiënt in een rusthuis in aanmerking voor een zorgtraject?
  15. Kunnen patiënten met diabetes type 2 die een behandeling met incretinemimetica (Byetta) starten of gestart zijn/volgen, een zorgtrajectcontract sluiten ?
  16. Het voorschrijven van bepaalde geneesmiddelen in een zorgtraject chronische nierinsufficiëntie is vanaf 1 december 2009 vereenvoudigd. Voor sommige geneesmiddelen uit deze lijst moet de patiënt in dialyse zijn.

    a) Kan een arts, vanaf 1 december 2009, één van deze geneesmiddelen ook voorschrijven aan een niet gedialyseerde patiënt?
    b) Kan een arts een geneesmiddel uit de lijst voorschrijven zonder voorafgaande toelating van de adviserend geneesheer?
    c) Kan een patiënt in dialyse een zorgtraject chronische nierinsufficiëntie hebben?

  17. Kan een patiënt een einde maken aan zijn zorgtraject ?
  18. Kan een patiënt met zorgtraject diabetes overstappen naar de diabetesconventie?
  19. Hoe lang duurt een zorgtraject?
  20. Moet ik na 4 jaar een nieuw contract ondertekenen?

Vragen specifiek voor de huisarts

  1. Hoe zit het me de betaling van het honorarium voor het bijhouden van een globaal medisch dossier bij een nieuw contract met een nieuwe huisarts ?
  2. Wat als de patiënt al een globaal medisch dossier had bij een andere huisarts vóór het sluiten van het zorgtrajectcontract?
  3. Moet ik na het ondertekenen van een zorgtrajectcontract chronische nierinsufficiëntie, de nomenclatuurcode 107096 invullen op het getuigschrift voor verstrekte hulp?
  4. Zijn ook de huisbezoeken volledig terugbetaald?
  5. Geldt het remgeldvoordeel bij andere huisartsen van de huisartsengroepering?
  6. Geldt het remgeldvoordeel bij vervangende huisartsen tijdens de vakantie of tijdens een wachtdienst?
  7. Vragen rond educatie

Vragen gemeenschappelijk voor huisarts en arts-specialist

1. Wanneer treden de zorgtrajecten in werking ?

Vanaf 1 juni 2009 kan u een zorgtrajectcontract sluiten voor bepaalde patiënten met een chronische nierinsufficiëntie.

Vanaf 1 september 2009 kan u een zorgtrajectcontract sluiten voor bepaalde patiënten met diabetes type 2.

2. Wie start een zorgtraject? De huisarts, de specialist of kunnen ze allebei een zorgtraject opstarten?

Elk van de betrokken partijen, huisarts, specialist of patiënt kan het initiatief nemen om het opstarten van een zorgtraject ter sprake te brengen.  Eenmaal er een contract is opgesteld en door alle partijen werd ondertekend, is het wel de huisarts die een kopie van het contract naar het ziekenfonds van de patiënt moet sturen.

3. Waar vind ik de standaardcontracten ?

Het Riziv heeft enkele modellen van zorgtrajectcontracten opgestuurd aan alle huisartsen en de betrokken specialisten.

U kan:

  • het modelcontract dat u via de post ontvangen hebt in de brochure fotokopiëren
  • het downloaden van op de website www.zorgtraject.be, rubriek Biblotheek.

U kan het ook aanvragen

  • via e-mail aan het adres: info@zorgtraject.be 
  • via brief op het adres: Riziv, Zorgtrajecten, Tervurenlaan 211, 1150 Brussel   
  • bij het ziekenfonds van uw patiënt.

4. Hoe krijg ik als arts het forfaitaire honorarium betaald en wanneer ?

De ziekenfondsen zullen u het bedrag automatisch betalen op basis van het zorgtrajectcontract dat de huisarts opstuurt aan de adviserend geneesheer. De betaling van het eerste forfaitaire honorarium zal gebeuren binnen de 30 dagen na het ingaan van het contract.  Vervolgens zal elk jaar een nieuwe betaling gebeuren binnen de 30 dagen na het einde van het 1ste, 2de, 3de en volgende jaren.

5. Wanneer begint een zorgtraject?

Het zorgtraject gaat in op de datum dat de adviserend geneesheer van het ziekenfonds (van uw patiënt) de kopie van het contract ontvangt.
De adviserend geneesheer van het ziekenfonds verwittigt de 3 partijen van de start van het zorgtraject.

6. Kan mijn patiënt van huisarts of specialist veranderen als hij dat wenst?

Ja, hij kan dat. Hii sluit dan een nieuw zorgtrajectcontract af met een andere huisarts of specialist.  De verbintenissen van de arts(en) die geen partij zijn bij het nieuwe zorgtrajectcontract, eindigen bij de inwerkingtreding van het nieuwe contract.

7. Hoe zit het met het forfaitaire honorarium dat ik gekregen heb als mijn patiënt verandert van huisarts?

Het reeds betaalde honorarium blijft verworven.  Als uw patiënt een nieuw zorgtrajectcontract afsluit zal de nieuwe huisarts het forfaitair honorarium pas ontvangen na het verstrijken van het lopende jaar van het eerder afgesloten zorgtrajectcontract.

Voorbeeld

Een zorgtrajectcontract wordt gesloten op 1/7/2009. Op 1/2/2010 sluit de patiënt een nieuw contract met een andere huisarts en dezelfde specialist. De nieuwe huisarts zal zijn forfaitaire honorarium pas ontvangen binnen de 30 dagen na 1/7/2010 (= datum waarop het lopende jaar van het eerste contract is verstreken).

8. Waartoe verbind ik me als ik een zorgtraject afsluit?

Door het zorgtrajectcontract te ondertekenen, verbindt u zich tot:

  • een overleg met uw patiënt en uw collega (huisarts of specialist) die het contract mee ondertekent
  • een samenwerking met andere zorgverleners.

Het beoogde doel is de behandeling en de opvolging van uw patiënt zo goed mogelijk te organiseren.

De huisarts stuurt een kopie van het door alle partijen ondertekende contract aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds van de patiënt.

U vindt de verbintenissen van iedere partij terug op de webpagina’s over de rol van de huisarts en de rol van de specialist.

9. Kan ik als arts een einde maken aan een zorgtraject ?

Neen, momenteel bevat de regelgeving van de zorgtrajecten geen regels over de stopzetting van een contract. Wel is het zo dat aan een zorgtraject de facto een einde komt als de patiënt de hem opgelegde verbintenissen niet nakomt.  Tot die verbintenissen behoren met name de verplichting om minstens 2 contacten per jaar met de huisarts  en minstens 1 raadpleging per jaar bij de specialist.  Een andere voorwaarde is dat de patiënt zijn globaal medisch dossier door zijn huisarts, partij bij het contract, laat beheren.

Indien u uw medische praktijk stopzet, of indien u, om welke redenen dan ook, uw verbintenissen ingevolge het zorgtrajectcontract niet meer kunt voortzetten, moet u de continuïteit van de verzorging verzekeren. Het contract zal moeten overgenomen worden door een andere arts.
Dit zal een nieuw contract zijn.

10. Welk honorarium moet mijn patiënt betalen binnen een geldig zorgtraject ?

Wanneer uw patiënt op raadpleging  komt, dan moet hij uiteraard wel uw honorarium betalen. Maar, zijn ziekenfonds zal het betaalde bedrag integraal terugbetalen. 
Als er een zorgtrajectcontract is gesloten dan hoeft uw patiënt dus geen remgeld voor de raadpleging meer  te betalen, en krijgt hij dus het volledige honorarium dat hij u heeft betaald terugbetaald. 

Opmerking

Het ziekenfonds betaalt enkel het officiële honorarium van de raadpleging. terug.  Als u een supplement vraagt omdat u niet geconventioneerd bent, dan betaalt uw patiënt wel die eventuele meerkost.

11. Hoe lang geldt het remgeldvoordeel voor mijn patiënt ?

Dit voordeel geldt voor de hele duur van het zorgtraject, zie FAQ nr.18. Voorwaarde is wel dat uw patiënt zich houdt aan de voorwaarde van minimum 2 contacten bij de huisarts en 1 raadpleging bij de specialist én dat de huisarts het globaal medisch dossier beheert.

Voorbeeld

Het zorgtraject is gesloten op 4/8/2009.

Het remgeldvoordeel geldt voor de volgende periodes

  • 1ste jaar zorgtraject loopt tot 3/8/2010: remgeldvoordeel tot 31 december van het volgende kalenderjaar, dus tot 31/12/2010
  • 2de jaar zorgtraject loopt tot 3/8/2011: remgeldvoordeel tot 31/12/2011
  • 3de jaar zorgtraject loopt tot 3/8/2012: remgeldvoordeel tot 31/12/2012
  • 4de jaar zorgtraject loopt tot 3/8/2013: remgeldvoordeel tot 31/12/2013
  • 5de jaar zorgtraject loopt tot 3/8/2014 : remgeldvoordeel tot 31/12/2014
  • Volgende jaren volgens hetzelfde principe

12. Kan een patiënt de voordelen van zijn zorgtraject (o.a. remgeldvoordeel) verliezen?

Ja, want de jaarlijkse automatische verlenging van het zorgtraject is afhankelijk van bepaalde voorwaarden. Een patiënt kan de voordelen van zijn zorgtraject verliezen:

  • indien hij minder dan 2 contacten (raadpleging of bezoek) met zijn huisarts heeft en/of indien hij zijn specialist geen enkele keer per jaar raadpleegt
    Belangrijk :
    Indien de patiënt, in de loop van zijn zorgtraject chronische nierinsufficiëntie, gehospitaliseerd wordt, komt een toezichtshonorarium gefactureerd tijdens zijn hospitalisatie ook in aanmerking als raadpleging bij de specialist
    Indien een patiënt , in de loop van zijn zorgtraject chronische nierinsufficiëntie hemodialyse is gestart, komt het forfait hemodialyse in aanmerking als raadpleging bij de specialist
    Indien de patiënt, in de loop van zijn zorgtraject chronische nierinsufficiëntie, peritoneale dialyse is gestart, komt een forfait voor peritoneale dialyse in een ziekenhuis (tijdens de opleiding van de patiënt tot autodialyse of tijdens de hospitalisatie van de patiënt) in aanmerking als raadpleging bij de specialist
    OF
  • als hij zijn GMD niet meer door zijn huisarts laat beheren.

In dat geval brengt het ziekenfonds de huisarts, specialist en patiënt schriftelijk op de hoogte van de stopzetting van het zorgtraject.

Deze patiënt kan een nieuw zorgtrajectcontract sluiten.

13. Verliest een patiënt, die aanvankelijk niet onder de exclusiecriteria viel maar die daar in de loop van zijn zorgtraject alsnog onder valt, de voordelen van zijn zorgtraject ?

Een patiënt die aanvankelijk niet onder de exclusiecriteria viel, kan de voordelen van zijn zorgtraject niet verliezen enkel en alleen omdat hij in de loop van zijn zorgtraject alsnog onder de exclusiecriteria valt. Hij kan zijn voordelen wel verliezen om andere redenen: zie FAQ nr. 12.

Voorbeelden

  • Een patiënt met een zorgtraject chronische nierinsufficiëntie die dialyse start (= exclusiecriterium), behoudt zijn zorgtraject en verliest zijn remgeld- en andere voordelen niet.

14. Komt een patiënt in een rusthuis in aanmerking voor een zorgtraject?

Een patiënt in een rusthuis (zowel rustoord voor bejaarden als rust- en verzorgingstehuis) komt in aanmerking voor een zorgtraject als hij:

  • beantwoordt aan de medische criteria EN
  • een GMD opent bij de huisarts die het contract ondertekent,ten laatste in het jaar nadat het zorgtraject aanvangt EN
  • minstens 2 contacten per jaar heeft met zijn huisarts (raadpleging of bezoek)
  • minstens 1 keer er jaar op raadpleging gaat bij zijn specialist
    Indien de patiënt , in de loop van zijn zorgtraject chronische nierinsufficiëntie, hemodialyse is gestart, komt het forfait hemodialyse in aanmerking als raadpleging bij de specialist

15. Kunnen patiënten met diabetes type 2 die een behandeling met incretinemimetica (Byetta) starten of gestart zijn/volgen, een zorgtrajectcontract sluiten ?

De inclusiecriteria van een zorgtaject diabetes type2 zijn

  • 1 of 2 insuline-injecties per dag
  • Onvoldoende controle bij maximale orale behandeling, waarbij insulinebehandeling overwogen wordt 

Patiënten die een behandeling met incretinemimetica (Byetta) starten of volgen beantwoorden aan het 2decriterium.

Zij kunnen een zorgtraject diabetes type 2 sluiten, voor zover zij aan de andere voorwaarden

16. Het voorschrijven van bepaalde geneesmiddelen in een zorgtraject chronische nierinsufficiëntie is vanaf 1 december 2009 vereenvoudigd. Voor sommige geneesmiddelen uit deze lijst moet de patiënt in dialyse zijn.

a) Kan een arts, vanaf 1 december 2009, één van deze geneesmiddelen ook voorschrijven aan een niet gedialyseerde patiënt?

Neen, de vergoedingsvoorwaarden voor al deze geneesmiddelen blijven ongewijzigd. Indien een geneesmiddel vóór 1 december 2009 enkel aan dialysepatiënten kon voorgeschreven worden, blijft deze voorwaarde ook na 1 december 2009 gelden.

U vindt de vergoedingsvoorwaarden in de databank farmaceutische specialiteiten op de site van het RIZIV of op de site van het Belgisch centrum voor farmacotherapeutische informatie

b) Kan een arts een geneesmiddel uit de lijst voorschrijven zonder voorafgaande toelating van de adviserend geneesheer?

Ja. Het volstaat dat de voorschrijvende arts "ZTN" of "Zorgtraject chronische nierinsufficiëntie" op het voorschrift vermeldt.

c) Kan een patiënt in dialyse een zorgtraject chronische nierinsufficiëntie hebben?

Dialyse is een exclusiecriterium vóór de start van een zorgtraject chronische nierinsufficiëntie.
Een patiënt die aanvankelijk niet onder de exclusiecriteria viel, kan de voordelen van zijn zorgtraject niet verliezen enkel en alleen omdat hij in de loop van zijn zorgtraject alsnog onder de exclusiecriteria valt.
Een patiënt met een zorgtraject chronische nierinsufficiëntie die dialyse start (= exclusiecriterium), behoudt zijn zorgtraject en verliest zijn remgeld- en andere voordelen niet.

17. Nieuw Kan een patiënt een einde maken aan zijn zorgtraject ?

Neen, momenteel bevat de regelgeving van de zorgtrajecten geen regels over de stopzetting van een contract. Wel is het zo dat aan een zorgtraject de facto een einde komt als de patiënt de hem opgelegde verbintenissen niet nakomt. (zie FAQ nr 9)

18. Nieuw Kan een patiënt met zorgtraject diabetes overstappen naar de diabetesconventie?

Een patiënt die een zorgtrajectcontract diabetes type 2 heeft gesloten, indien het medisch aangewezen is overschakelen naar groep 1B of C van de diabetesconventie . Zie zorgtraject en conventie.

19. Hoe lang duurt een zorgtraject?

Een zorgtraject werd bij de aanvang gesloten voor een periode van 4 jaar.
Omdat de periode van 4 jaar voor de eerste zorgtrajecten afloopt op 31 mei juni 2013 is de regelgeving recent aangepast.
Het zorgtraject loopt verder na deze 4 jaar op basis van het contract dat u in het begin ondertekend hebt.
Voorwaarde is wel dat de patiënt zich houdt aan de voorwaarde van een minimum aantal contacten (raadplegingen of bezoeken) met zijn huisarts (min. 2) en bij zijn specialist (min. 1), én de huisarts het globaal medisch dossier beheert.

20. Moet ik na 4 jaar een nieuw contract ondertekenen?

U moet geen nieuw contract ondertekenen. Het zorgtraject blijft verder lopen op basis van het contract dat u in het begin ondertekend hebt.

Vragen specifiek voor de huisarts

1. Hoe zit het me de betaling van het honorarium voor het bijhouden van een globaal medisch dossier bij een nieuw contract met een nieuwe huisarts ?

Het honorarium voor het globaal medisch dossier  (GMD) mag maar 1 keer per kalenderjaar worden gevraagd. Als er dus in het jaar van het sluiten van een zorgtrajectcontract nog geen GMD-honorarium is aangerekend mag u het, als nieuwe huisarts, aanrekenen. Als er in het jaar van het sluiten van het nieuwe contract wel al een GMD-honorarium is aangerekend voor de patiënt, dan kan u dat ten vroegste op 1 januari van het volgende kalenderjaar aanrekenen.

2. Wat als de patiënt al een globaal medisch dossier had bij een andere huisarts vóór het sluiten van het zorgtrajectcontract?

U kan een zorgtrajectcontract sluiten met die patiënt op voorwaarde dat u een GMD opent binnen het jaar na het de start van het zorgtraject

Opgelet

U zal slechts een nieuw GMD kunnen openen voor die patiënt in het volgende kalenderjaar.

Voorbeeld

Een zorgtrajectcontract wordt gesloten op 1/7/2009 met een patiënt die zijn GMD heeft bij een andere huisarts.
U moet een GMD open binnen het jaar na het sluiten van het contract dus ten laatste op 30/6/2010.
U zal echter slechts een GMD kunnen openen voor die patiënt vanaf het volgend kalenderjaar, nl. vanaf 1/1/2010.

3. Moet ik na het ondertekenen van een zorgtrajectcontract chronische nierinsufficiëntie, de nomenclatuurcode 107096 invullen op het getuigschrift voor verstrekte hulp?

Neen, deze nomenclatuurcode is enkel bestemd voor het ziekenfonds van de patiënt.
U moet enkel een kopie van het door de 3 partijen ondertekend contract via de post naar de adviserend geneesheer van het ziekenfonds van de patiënt sturen.
De adviserend geneesheer meldt aan de 3 partijen dat het contract aan de voorwaarden voldoet.

De ziekenfondsen zullen u het bedrag van 80 euro automatisch betalen op basis van het zorgtrajectcontract.

4. Zijn ook de huisbezoeken volledig terugbetaald?

Het zorgtraject is een nieuw concept van “shared care” voor chronisch zieken. Het vertrekt van een samenwerking tussen 3 partijen: patiënt, huisarts en geneesheer-specialist om tot een betere aanpak  behandeling en opvolging van de patiënt te komen. De patiënt verbindt zich ertoe om actief mee te werken aan de uitvoering van het (met de arts overeengekomen) zorgplan.
In dit concept zijn enkel de raadplegingen volledig terugbetaald.

5. Geldt het remgeldvoordeel bij andere huisartsen van de huisartsengroepering?

Vanaf 1/1/2011heeft een patiënt,  in het kader van zijn GMD of zorgtraject, bij iedere arts van de groepering dezelfde remgeldvoordelen, op voorwaarde dat deze huisartsengroepering bij het Riziv geregistreerd is.

Het speelt dus geen rol welke huisarts binnen deze groepering het GMD geopend heeft of het zorgtraject-contract ondertekend heeft om van de remgeldvoordelen te genieten.

Let op : de patiënt moet een GMD openen bij de huisarts van de huisartsengroepering die het zorgtrajectcontract ondertekende binnen het jaar na de start van het zorgtraject.

Voor het GMD hoeft de letter G gevolgd door het RIZIV-identificatienummer van de GMD-houdende arts niet meer te worden vermeld op het getuigschrift voor verstrekte hulp.

6. Geldt het remgeldvoordeel bij vervangende huisartsen tijdens de vakantie of tijdens een wachtdienst?

Vanaf 1/1/2011heeft een patiënt,  in het kader van zijn GMD of zorgtraject, bij iedere arts van de groepering dezelfde remgeldvoordelen, op voorwaarde dat deze huisartsengroepering bij het Riziv geregistreerd is.

Het speelt dus geen rol welke huisarts binnen deze groepering het GMD geopend heeft of het zorgtraject-contract ondertekend heeft om van de remgeldvoordelen te genieten.

Let op : de patiënt moet een GMD openen bij de huisarts van de huisartsengroepering die het zorgtrajectcontract ondertekende binnen het jaar na de start van het zorgtraject.

Voor het GMD hoeft de letter G gevolgd door het RIZIV-identificatienummer van de GMD-houdende arts niet meer te worden vermeld op het getuigschrift voor verstrekte hulp.

Bij vervangende huisartsen buiten deze samenwerkingsverbanden is.het remgeldvoordeel echter niet voorzien.

7. Vragen rond educatie

  1. Aan wie kan ik opstarteducatie voorschrijven ?

    U kunt als huisarts opstarteducatie voorschrijven aan de patiënten met zorgtraject diabetes die nog nooit educatie gekregen hebben.
    Aan patiënten die reeds educatie kregen via de diabetesconventie of via de referentie-thuisverpleegkundigen kunt u geen opstarteducatie meer voorschrijven.  

  2. Kan ik opstarteducatie voorschrijven aan een patiënt vóór het instellen van de insuline of incretinemimetica?

    Ja, u kunt als huisarts ook opstarteducatie voorschrijven aan patiënten bij wie maximale orale therapie onvoldoende controle geeft en insulinebehandeling overwogen wordt (inclusiecriterium van het zorgtraject diabetes type 2).

  3. Wanneer kan ik opvolgeducatie en extra educatie bij problemen voorschrijven?

    U kunt opvolgeducatie en extra educatie bij problemen voorschrijven vanaf het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin uw patiënt zijn eerste educatiesessie kreeg.

    Elke eerste educatiesessie komt hier in aanmerking, ongeacht of uw patiënt deze educatiesessie via de diabetesconventie, de referentie-thuisverpleegkundige of het zorgtraject gekregen heeft.

    Een kalenderjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

  4. Kan ik opvolgeducatie en extra educatie bij problemen voorschrijven tijdens éénzelfde kalenderjaar ?

    Ja, indien u het nodig acht, kunt u tijdens één kalenderjaar zowel opvolgeducatie (2 sessies) als extra educatie bij problemen (maximum 4 sessies) voorschrijven.

  5. Aan patiënten met complexe medische toestand kan ik educatie via het diabetesconventiecentrum voorschrijven. Wat is een “complexe medische toestand”?

    U als huisarts bepaalt, in samenspraak met de specialist, of de medische toestand van uw patiënt complex is en educatie via de 2e lijn vereist is.
    De term “complexe medische toestand” is bewust niet gedefinieerd om bepaalde medische toestanden niet uit te sluiten.

  6. Hoe schrijf ik educatie via het diabetesconventiecentrum voor? Moet ik het aantal educatiesessies specifiëren?

    Bij educatie via een conventiecentrum zijn de modules starteducatie, opvolgeducatie en extra educatie niet van toepassing. 

    U moet alleen “ambulante educatie via conventiecentrum” voorschrijven en u hoeft geen aantal sessies te specifiëren.

    Het voorschrift dekt automatisch een periode van 12 maanden.

  7. Kan ik na verloop van de voorgeschreven “educatie via conventiecentrum” educatie via de 1° lijn voorschrijven?

    Ja maar let op: het voorschrift educatie via een conventiecentrum dekt een periode van 12 maanden. Gedurende deze periode kan uw patiënt geen educatie via de eerste lijn krijgen.