Ondersteunende maatregelen voor de patiënt met zorgtraject chronische nierinsufficiëntie: materiaal, diëtetiek, geneesmiddelen

    1. Materiaal
    2. Consultatie diëtetiek
    3. Toegang tot geneesmiddelen

1. Materiaal

Een patiënt met zorgtraject chronische nierinsufficiëntie krijgt recht op een forfaitaire tegemoetkoming voor een gevalideerde bloeddrukmeter.

De huisarts schrijft een bloeddrukmeter voor met de melding ”zorgtraject chronische nierinsufficiëntie”, zonder noodzakelijk een merknaam te vernoemen.

De patiënt kan zijn bloeddrukmeter verkrijgen via de apotheek of andere erkende kanalen, o.a. de thuiszorgwinkel van het ziekenfonds of de patiëntenvereniging.

2. Consultatie diëtetiek

Een zorgtraject chronische nierinsufficiëntie geeft recht op consultaties van minimum 30 minuten bij een erkend diëtist naar rato van

  • 2 consultaties per jaar voor stadium 3B (GFR 30-44 ml/min/1,73m2)
  • 3 consultaties per jaar voor stadium 4 (GFR 15-29 ml/min/1,73m2)
  • 4 consultaties per jaar voor stadium 5 (GFR <15 ml/min/1,73m2).

De huisarts vermeldt op zijn voorschrift voor diëtetiek dat de patiënt een zorgtraject chronische nierinsufficiëntie heeft.

De resultaten GFR moeten zich in het GMD bevinden.

De patiënt betaalt remgeld voor deze consultaties.

3. Toegang tot geneesmiddelen

Vanaf 1 december 2009 is het voorschrijven van specifieke geneesmiddelen aan een patiënt met een zorgtraject chronische nierinsufficiëntie vereenvoudigd.
De vermelding op het voorschrift dat de patiënt in een zorgtraject is opgenomen volstaat voor een groep geneesmiddelen waar er vroeger, voor elk geneesmiddel afzonderlijk, een voorafgaande toelating vereist was.

Over welke geneesmiddelen gaat het?

De vereenvoudiging geldt voor een lijst van de geneesmiddelen samengebracht in een specifieke vergoedingsgroep (PDF).

Wat verandert er vanaf 1 december 2009 ?

Een aantal specifieke geneesmiddelen gebruikt bij chronische nierinsufficiëntie is samengebracht in een nieuwe vergoedingsgroep .
Vroeger moest voor elk van deze geneesmiddelen een afzonderlijk aanvraagformulier naar de adviserend geneesheer gestuurd worden om toelating te krijgen voor de terugbetaling.
Deze aanvragen en deze machtigingen zijn niet langer noodzakelijk.

Wat moet de voorschrijvend arts nu doen ?

De arts moet bij het voorschrijven van een geneesmiddel uit deze lijst enkel “ZTN” of “Zorgtraject chronische nierinsufficiëntie” op het voorschrift vermelden.

Let op

De vergoedingsvoorwaarden voor al deze geneesmiddelen blijven ongewijzigd. U kan hiervoor de databank farmaceutische specialiteiten op de website van het RIZIV raadplegen. Deze databank is bovendien aangevuld met de bijzondere voorwaarde inzake voorafgaande toelating.