Ondersteunende maatregelen voor de patiënt zorgtraject diabetes: educatie, materiaal, diëtetiek, podologie, geneesmiddelen

De wijzigingen zijn geel gemarkeerd - 04/02/2011

    1. Educatie
    2. Materiaal
    3. Consultatie diëtetiek
    4. Consultatie podologie
    5. Toegang tot geneesmiddelen
    6. Zorgtraject en conventie
    7. Diabetespas en zorgtraject

1. Educatie

Educatie is een essentiële zorgcomponent voor patiënten met een zorgtraject diabetes. Huisartsen, diabetologen, thuisverpleegkundigen en andere zorgverleners geven constant basiseducatie.

Bij het begin van de ziekte is educatie voornamelijk het geven van informatie en inzicht in de ziekte, in voedingsaspecten, in consequenties voor de verdere levensverwachting en het motiveren tot levensstijlaanpassing. Bij de overgang naar insuline komen daar technische aspecten bij rond zelfcontrole en insuline-injectie.

In kritische fasen in het diabetesverloop vult een specifi ek opgeleide diabeteseducator deze basiseducatie aan:

  • bij de start van insulinetherapie of van incretinemimetica
  • bij de overgang van 1 naar 2 injecties insuline
  • bij onvoldoende metabole controle (HbA1c >7,5%).

Wie zijn de diabeteseducatoren?

Diabeteseducatoren zijn verpleegkundigen, diëtisten, podologen of kinesisten die een bijkomende opleiding diabeteseducatie gevolgd hebben.

De lijsten met

zijn beschikbaar op de site (of via aanvraag bij het RIZIV: Zorgtrajecten, RIZIV, 211 Tervurenlaan,1150 Brussel).

Een huisarts kan ook een beroep doen op educatoren van een diabetesconventiecentrum (tweede lijn). De lijst van de centra is beschikbaar op de website van het RIZIV (PDF).

Wat is diabeteseducatie?

Educatie door een specifiek opgeleide diabeteseducator houdt onder andere in:

  • individuele educatie van de patiënt en van zijn omgeving
  • geven van informatie en inzicht in de ziekte: oorzaak van de ziekte, ziekteverloop, verwikkelingen, levensverwachting
  • motiveren tot levensstijlaanpassingen: evenwichtige voeding, rookstop, beweging
  • informeren hoe hypo- en hyperglycemie voorkomen, herkennen en corrigeren
  • uitleg geven over het effect van bepaalde geneesmiddelen op de glycemie (o.a. siropen)
  • aanleren van de inspuittechniek van insuline, rotatie van injectieplaatsen
  • uitleg geven over werking van insuline, bewaring van insuline
  • aanleren van glycemiemetingen met glucometer, lancetten en strips
  • uitleg geven over levensverzekeringen, rijbewijs, sollicitaties, reizen,.. 

De educatie gebeurt steeds op voorschrift van de huisarts; de educator stelt een verslag op voor de huisarts.

Wat kan een huisarts voorschrijven?

De huisarts kan diabeteseducatie voorschrijven

  • via een diabeteseducator in de eerste lijn

OF

  • via een conventiecentrum (tweede lijn).

De educatie wordt volledig terugbetaald.

Diabeteseducatie in eerste lijn

De huisarts kan diabeteseducatie voorschrijven via een diabeteseducator in de eerste lijn volgens 3 modules.

Modules educatie in de eerste lijn (1)

Module

Voorschrift huisarts

Verslag educator (in GMD)

1. Starteducatie (2)

  • Min 2 ½ en max 5 u
  • Sessies van ½ u
  • 1ste globaal voorschrift: 5 sessies (2 ½ u)
  • Nadien: aantal sessies te bepalen door huisarts
    (max 5 bijkomend in totaal)
  • Na eerste 5 sessies
  • Nadien: na afloop van de voorgeschreven sessies

2. Opvolgeducatie

  • Max 1 u /jaar
  • Sessies van ½ u

 

  • na afloop van de voorgeschreven sessies

3. Extra educatie bij problemen

  • Max 2u /jaar
  • sessies van ½ u

 

  • na afloop van de voorgeschreven sessies

(1) Opvolgeducatie en extra educatie kan niet gegeven worden tijdens het kalenderjaar dat de educatie start.
Een uitzondering hierop bestaat sinds 1 januari 2011: recht op opvolg- en extra-educatie indien de educatie tijdens een hospitalisatie in een conventiecentrum werd gestart

(2) Patiënten die reeds starteducatie kregen via de diabetesconventie of de referentie-thuisverpleegkundigen kunnen niet opnieuw starteducatie krijgen via het zorgtraject.

Diabeteseducatie in tweede lijn

De huisarts kan educatie voorschrijven via een diabeteseducator uit een diabetesconventiecentrum in 2 situaties

  • wanneer het aanbod eerstelijnseducatoren ontoereikend is
  • bij patiënten met een complexe medische toestan

Educatie via diabetesconventiecentrum (1)

Situaties

Voorschrift huisarts

Verslag educator (in GMD)

1.Aanbod eerstelijns-educatoren onvoldoende

 

Ambulante educatie door conventiecentrum

 

Uiterlijk na 12 maanden
(of vroeger indien noodzakelijk ivm terugbetaling materiaal)

2.Complexe medische toestand

(1) Het voorschrift voor educatie via een conventiecentrum dekt een periode van 12 maanden, gedurende deze periode kan de patiënt geen educatie in de eerste lijn krijgen.

Wanneer is educatie door een diabeteseducator verplicht?

In 3 kritische fasen in het ziekteverloop moet een beroep gedaan worden op diabeteseducatoren.

Zowel in 1° als in 2° lijn is een minimumduur aan educatie vereist.

Bij educatie via de 2° lijn organiseert het conventiecentrum de educatie; in het verslag naar de huisarts vermeldt het conventiecentrum dat de patiënt de voorziene educatie gekregen heeft.

Drie kritische situaties met minimumduur aan verplichte educatie:

  • bij de start van insulinetherapie of van incretinemimetica: minimum 2 ½ uur
  • bij de overgang van 1 naar 2 injecties insuline: minimum 1 uur
  • bij onvoldoende metabole controle (HbA1c >7,5%): minimum 1 uur

Verslag educatie

Het verslag van de diabeteseducator moet in het GMD van de patiënt bewaard worden.

2. Materiaal op voorschrift van de huisarts(1)

De huisarts kan aan een patiënt met een zorgtraject diabetes een glucometer, lancetten, en glycemiecontrolestrookjes voorschrijven onder bepaalde voorwaarden.

Dit materiaal wordt volledig terugbetaald.

Voorwaarden:

a) 1ste voorschrift glucometer + strookjes en lancetten (2) voor een periode van 6 maanden:

  • Voorschrift van de huisarts met vermelding “Zorgtraject diabetes”

    + (steeds verplicht) formulier van de diabeteseducator met

    • vermelding dat de educatie gestart is
    • gekozen type glucometer.

b) hernieuwing van voorschrift strookjes en lancetten voor periodes van 6 maanden:

  • Voorschrift van huisarts met vermelding “Zorgtraject diabetes”

    + verslag van educator in GMD te bewaren: verplicht in 3 kritische situaties

    • start van insuline of incretinemimetica: minimum 2 1/2uur educatie
    • overgang van 1 naar 2 injecties insuline: minimum 1uur
    • onvoldoende metabole controle (Hb A1c >7,5): minimum 1uur.

c) hernieuwing van de glucometer, mogelijk na 3 jaar:

  • Voorschrift van huisarts met vermelding “Zorgtraject diabetes”

    + formulier van educator met gekozen type glucometer
       (1 sessie educatie voor keuze glucometer) buiten de 3 kritische situaties

Voorwaarden voorschrift materiaal : overzicht

Wat

Huisarts

Educator

Educatie

Glucometer +
strookjes +
lancetten: 1ste voorschrift
→ voor 6 maanden

Voorschrift met vermelding:
“Zorgtraject diabetes”

+ formulier van diabeteseducator met:

  • gekozen type glucometer
  • vermelding dat educatie gestart is

Educatie altijd verplicht

Strookjes + lancetten:
hernieuwing
→ elke 6 maanden

Voorschrift met vermelding:
“Zorgtraject diabetes”
+: verslag educator in GMD in 3 kritische situaties

+ in 3 kritische situaties: verslag van de educatie

Educatie verplicht in 3 kritische situaties
(met minimum duur)
Educatie niet verplicht buiten 3 situaties

Glucometer: hernieuwing
mogelijk na 3 jaar

Voorschrift met vermelding:
“Zorgtraject diabetes”

+ formulier van diabeteseducator met gekozen type glucometer

1 sessie educatie voor keuze glucometer (buiten 3 kritische situaties)

 

Drie kritische situaties met minimumduur aan verplichte educatie bij voorschrijven van materiaal:

  • bij de start van insulinetherapie of van incretinemimetica: minimum 2 ½ u
  • bij de overgang van 1 naar 2 injecties insuline: minimum 1 u
  • bij onvoldoende metabole controle (HbA1c >7,5%): minimum 1 u

Indien bovenstaande voorwaarden voldaan zijn schrijft de huisarts,  het materiaal voor met de vermelding “zorgtraject diabetes”. Dit geldt zowel bij educatie in de eerste°lijn als in de tweede°lijn.

De patiënt kan de glucometer en de strookjes en lancetten met volledige terugbetaling verkrijgen via de apotheek, en andere erkende kanalen, o.a. de thuiszorgwinkel van het ziekenfonds of de patiëntenvereniging.

3. Consultatie diëtetiek op voorschrift van de huisarts

Een zorgtraject diabetes geeft recht op consultaties bij een erkend diëtist. Dit gebeurt op voorschrift van de huisarts naar rato van 2 sessies van minimum 30 minuten per jaar.

Op het voorschrift wordt vermeld dat de patiënt een zorgtraject heeft.

De patiënt betaalt remgeld voor deze consultaties.

Lijst van de erkende diëtisten (PDF - 605 KB) - Bijgewerkt op 06/03/2013

4. Consultatie podologie op voorschrift van de huisarts

De patiënten, met een zorgtraject diabetes type 2, die tot een risicogroep behoren hebben recht op 2 consultaties podologie van minimum 45 minuten per jaar bij een erkend podoloog.

Op het voorschrift van de huisarts wordt vermeld:

  • "zorgtraject diabetes”
  • de risicogroep waartoe de patiënt behoort (3)

De patiënt betaalt remgeld voor deze consultaties.

5. Toegang tot geneesmiddelen

Vanaf 1 mei 2010 is het voorschrijven van specifieke geneesmiddelen aan een patiënt met een zorgtraject diabetes type 2 vereenvoudigd.
De vermelding op het voorschrift dat de patiënt in een zorgtraject is opgenomen volstaat voor groepen geneesmiddelen waar er vroeger, voor elk geneesmiddel afzonderlijk, een voorafgaande toelating vereist was.

Over welke geneesmiddelen gaat het?

De vereenvoudiging geldt voor bepaalde geneesmiddelen samengebracht in specifieke vergoedingsgroepen (PDF).

Wat verandert er vanaf 1 mei 2010 ?

Een aantal specifieke geneesmiddelen gebruikt bij diabetes type 2 zijn samengebracht in nieuwe vergoedingsgroepen .
Vroeger moest voor elk van deze geneesmiddelen een afzonderlijk aanvraagformulier naar de adviserend geneesheer gestuurd worden om toelating te krijgen voor de terugbetaling.
Deze aanvragen en deze machtigingen zijn niet langer noodzakelijk.

Wat moet de voorschrijvend arts nu doen ?

De arts moet bij het voorschrijven van een geneesmiddel uit deze lijst enkel “ZTD” of “Zorgtrajectdiabetes” op het voorschrift vermelden.

Let op

De vergoedingsvoorwaarden voor al deze geneesmiddelen blijven ongewijzigd. U kan hiervoor de databank farmaceutische specialiteiten op de website van het RIZIV raadplegen. Deze databank is bovendien aangevuld met de bijzondere voorwaarde inzake voorafgaande toelating.

6. Zorgtraject en conventie

Vanaf 1 januari 2010 kan er, buiten specifieke situaties waarbij educatie in een conventiecentrum gegeven wordt, geen cumul bestaan van een zorgtraject en een diabetesconventie.

Een patiënt die een zorgtrajectcontract diabetes type 2 heeft gesloten kan nooit meer overstappen naar groep 3A van de diabetesconventie. (groep 3A: patiënten met 2 of meer insuline-injecties per dag en 30 glycemiemetingen per maand)

Indien het medisch aangewezen is, kan een patiënt met zorgtrajectcontract diabetes type 2, wel overschakelen naar groep 1A, 1B, 2 of 3B van de diabetesconventie. Het diabetesconventiecentrum geeft dan educatie en materiaal. Dit kan op ieder moment van het zorgtraject. Uitzondering: een patiënt die tijdens een hospitalisatie start met zelfregulatie en materiaal voor een periode van 6 maanden van het ziekenhuis krijgt (zie 3° specifieke situatie hieronder), kan tijdens die periode van 6 maanden niet overschakelen naar de conventie. .

U vindt meer informatie over deze verschillende groepen in de diabetesconventie op de website van het RIZIV.

Specifieke situaties

  • de huisarts kan aan een patiënt met zorgtraject educatie via een conventiecentrum voorschrijven; de huisarts blijft het materiaal voorschrijven via de eerste lijn.
    Dit is mogelijk in de volgende situaties:
    • gebrek aan eerstelijnseducatoren
    • complexe medische situatie
  • in overleg met de huisarts kan een gehospitaliseerde patiënt met zorgtraject educatie krijgen via een conventiecentrum; de huisarts blijft het materiaal voorschrijven via de eerstelijn
  • een conventiecentrum kan educatie en materiaal (voor 6 maanden) geven aan gehospitaliseerde patiënt zonder zorgtraject . Wanneer na de hospitalisatie een zorgtraject wordt gesloten kan de huisarts zo nodig bijkomende educatie voorschrijven, materiaal kan hij voorschrijven na afloop van die 6 maanden.

Documenten

7. Diabetespas en zorgtraject

Patiënten met een diabetespas die een zorgtraject diabetes sluiten, hebben recht op consultaties diëtetiek en podologie op basis van het zorgtraject.

De huisarts kan geen honorarium voor een diabetespas aanrekenen bij een patiënt met een zorgtraject diabetes.


1. Onder bepaalde voorwaarden kan een huisarts materiaal voorschrijven aan patiënten met diabetes type 2 buiten een zorgtraject cfr programma “Educatie en zelfzorg”

2. Ter info: één pakket voor 6 maanden: 3 x 50 strookjes + 100 lancetten.

3 de patiënt behoort tot één van de volgende risicogroepen:

  • groep 1 (verlies van gevoeligheid in de voet, op voorwaarde dat dit blijkt uit een 10g-monofi lament)
  • groep 2a (lichte orthopedische misvormingen zoals prominente metatarsaalkoppen met minimale eelten en/of soepele hamer- of klauwtenen en/of beperkte hallux valgus < 30°)
  • groep 2b (ernstiger orthopedische afwijkingen)
  • groep 3 (vaatlijden of vroegere voetwonden of amputatie of Charcot)