FAQ - Lokaal multidisciplinair netwerk
- Over welke periode lopen de jaarlijkse financiële en activiteitenverslagen van de LMN?
- Wat bevat een financieel en activiteiten verslag?
- Wanneer moeten de projecten die einde 2009 starten een financieel en activiteitenverslag bezorgen?
- Naar wie dient het verslag verstuurd te worden?
- Corrigendum 10/03/2010 - Wat als er voor een startperiode geen loonkosten zijn?
- Hoe lang mag een startperiode zonder loonkosten duren?
- Kan een zorgtrajectpromotor tewerkgesteld worden op zelfstandige basis?
- Wat omvat de 60% kosten verbonden aan de tewerkstelling van de zorgtrajetpromotor(s)?
- Corrigendum 10/03/2010 - Kan één zorgtrajectpromor (X) werken voor 2 verschillende LMN (LMN 1 en LMN2)?
1. Over welke periode lopen de jaarlijkse financiële en activiteitenverslagen van de LMN?
Een financieel- en een activiteitenverslag dient per kalenderjaar te worden opgemaakt (1 januari - 31 december).
2. Wat bevat een financieel en activiteiten verslag?
Een financieel verslag bestaat uit een weergave van de uitgaven en inkomsten van het LMN met daarbij telkens de copie van de betreffende facturen, nota’s, loonfiches,…
Een activiteitenverslag geeft een beeld van de werking van het LMN met o.a. betrokken artsen, aantal patiënten, diagnoses, tewerkgesteld personeel,…
3. Wanneer moeten de projecten die einde 2009 starten een financieel en activiteitenverslag bezorgen?
Voor de overeenkomsten die aanvangen op 1/10, 1/11 of 1/12/2009 zal enkel een activiteitenrapport voor de maanden in 2009 moeten bezorgd worden (zij het dus slechts over 1, 2 of 3 maanden).
Uit dat verslag zal vooral ook moeten blijken welke activiteiten er gebeurden in het kader van de tewerkstelling van de zorgtrajectpromotors (personeelsadvertenties, sollicitatiegesprekken, vakbeurzen,....).
Een financieel verslag in de ruime zin is in deze (begin)fase niet nodig . Het activiteitenverslag zal in dit geval een summier overzicht geven van de gepresteerde uitgaven.
Het financieel verslag wordt bezorgd in het begin van het jaar 2011 en bevat de gegevens over het einde van het jaar 2009 én deze over 2010.
4. Naar wie dient het verslag verstuurd te worden?
Het verslag moet verstuurd worden naar het RIZIV, Dienst Geneeskundige verzorging, Directie RDQ (secretariaat), Lokaal T 685, Tervurenlaan 211, 1150 Brussel
5. Wat als er voor een startperiode geen loonkosten zijn?
Om verschillende redenen is het mogelijk dat een LMN gedurende een opstartperiode geen loonkosten kan bewijzen.
De globale loonkosten voor het LMN dienen volgens de overeenkomst minimum 60 % te bedragen van de globale tegemoetkoming door het RIZIV. De globale loonkosten zijn de loonkosten voor de periode waarop het financieel verslag betrekking heeft : zie ook de FAQ 1 en de FAQ 3
Het deel van de 60% van de globale financiering dat niet kon worden aangewend als loonkost, dient het LMN terug te betalen aan het RIZIV.
Dit betekent ook dat voor de periode waarop het financieel verslag betrekking heeft - maximaal 40% van de financiering aangewend kan worden voor kosten die niet verbonden zijn aan de tewerkstelling o.a.
- tijdelijke aanrekening inzet van prestaties: zitpenningen vergaderingen, vergoeding leden stuurgroep e.d-
- huur van lokalen, aanschaf van materiaal e.d.
6. Hoe lang mag een startperiode zonder loonkosten duren?
Een startperiode zonder loonkosten mag 2 maanden bedragen. Na overleg met het RIZIV kan de startperiode verlengd worden.
7. Kan een zorgtrajectpromotor tewerkgesteld worden op zelfstandige basis?
De lokale huisartsenkring(-en) of de lokale GDT, indien hij daartoe gemandateerd is door de lokale huisartsenkring(-en), of het lokale zorgtrajecten-samenwerkingsinitiatief dat zij daartoe oprichten sluit(en) een arbeidsovereenkomst met één of meerdere zorgtrajectpromotors (d.w.z geen zelfstandigenstatuten).
8. Wat omvat de 60% kosten verbonden aan de tewerkstelling van de zorgtrajetpromotor(s)?
De kosten verbonden aan de tewerkstelling van de promotor(s) moeten minstens 60% van het jaarbedrag van de financiering beslaan. Deze kosten omvatten: wedde, werkgeverslasten, sociaal secretariaat, verzekering arbeidsongevallen en burgerlijke aansprakelijkheid werkgever, woon-werk verplaatsingen,vrijstellingen RSZ bijdragen, aanleggen van sociaal passief.
Gedurende het eerste werkingsjaar van het LMN kunnen deze kosten ook opleidingskosten van de zorgrajectpromotor omvatten.
9. Kan één zorgtrajectpromor (X) werken voor 2 verschillende LMN (LMN 1 en LMN2)?
Ja, dit kan in de volgende situatie.
X werkt voor 2 LMN met 2 onderscheiden arbeidsovereenkomsten.
Elk van die arbeidsovereenkomsten bevat specifieke vermeldingen met betrekking tot de diensturen, de verloning, opleiding, enz.. De minimum tewerkstellingsduur van één arbeidsovereeenkomst is 13 uren/week
Promotor X ontvangt twee lonen berekend via de LMN,’s of via een sociaal secretariaat gekozen door de 2 LMN’s.
Elk van de LMN’s voldoet hiermee aan de bepalingen van de overeenkomst tussen RIZIV en LMN inzake arbeidsovereenkomst (artikel 3 §1.)
Er wordt nog onderzocht of andere situaties toegelaten kunnen worden